Hoe ziet de dirigent van de 21e eeuw eruit, hoe klinkt en hoe voelt die?
Dit doctoraatsonderzoek vertrekt vanuit twee onderling verbonden vragen: welke vormen van dirigeren ontstaan wanneer gebaar, klank en muzikale agency verweven raken met hedendaagse technologieën? En hoe kan technologie het dirigeren verruimen voorbij de klassieke technieken en de partituur als vaste materialiteit, zodat ze fungeert als katalysator voor nieuwe intra-acties binnen het ensemble en nieuwe muzikale esthetiek?
Eerder dan zich af te vragen hoe technologie eenvoudigweg aan het dirigeren kan worden toegevoegd, onderzoekt dit project of de bestaande concepten van dirigeren nog wel toereikend zijn voor de hedendaagse artistieke praktijk. Via praktijkgericht onderzoek wordt dirigeren benaderd als een verruimde artistieke praktijk, waarin gebaar, uitvoerders, AI en interactieve systemen nieuwe mogelijkheden creëren om elkaar wederzijds vorm te geven.
Vanuit posthumanistische performativiteit, assemblagetheorie en divergente performance onderzoekt dit project hoe technologische verwevenheid muzikale agency herverdeelt, perceptie en belichaming transformeert, en nieuwe muzikale esthetiek genereert. Artistieke experimenten met gebaarsensoring, sonificatie en AI gaan na hoe de dirigent kan uitgroeien tot een hoorbare, performatieve aanwezigheid binnen het ensemble, en zo nieuwe vormen van interactie en muzikale expressie mogelijk maakt.
Het doel van dit onderzoek is dan ook om dirigeren te herdenken als een creatieve, compositorische en performatieve praktijk voor de 21e eeuw.
Dit onderzoek wordt gevoerd binnen het internationaal doctoraatsprogramma docARTES.
Update: juli 2026