'Tam-Tam, de tumultueuze en muzikale geboorte van het surrealisme 1924-1936' sluit aan bij de recente internationale herwaardering van de historische avant-garde en de hernieuwde aandacht voor de diverse -ismen, gevoed door gender- en dekolonialiserende perspectieven. Ondanks deze verbreding ontbreekt een consequent doorgevoerd interdisciplinaire aanpak, waardoor muziek – de meest vluchtige kunstvorm – vaak buiten beeld blijft. In gangbare geschiedenissen van het Belgische surrealisme verschijnt zij slechts als voetnoot bij schilderkunst en literatuur, terwijl de beweging doorgaans als overwegend Franstalig en los van de Vlaamse avant-garde wordt voorgesteld.
Voortbouwend op eerder onderzoek wil dit project deze aannames herzien door de ideeëngeschiedenis van het vroege Belgische surrealisme te reconstrueren als een intercommunautair veld, met substantiële participatie uit Vlaanderen én Franstalig België en met aandacht voor culturele transfers uit Frankrijk en Duitsland. Daarbij wordt het evenementiële karakter van het surrealisme benadrukt. Componisten als E.L.T. Mesens, André Souris, Paul Hooreman en Paul Magritte speelden een actieve rol in het debat, terwijl Paul Nougé zijn surrealistische denken mede ontwikkelde vanuit reflecties op muziek. Ook wordt onderzocht hoe tumultueuze concerten en muziektheatervoorstellingen bijdroegen aan het ontstaan van een surrealistische attitude.
Methodologisch combineert het onderzoek kwalitatieve tekstanalyse van manifesten, literaire teksten, partituren en persverslagen met historisch-contextuele studie en performatief onderzoek. Via historisch geïnformeerde reconstructies, in samenwerking met culturele partners, worden de ervaringsgerichte en emotionele dimensies van deze gebeurtenissen opnieuw verkend.