Charlotte Van den Broeck (Turnhout, België, 1991) behaalde een Master Engelse en Duitse Letterkunde aan de Universiteit Gent en een Master Drama (Woordkunst) aan het Koninklijk Conservatorium, Antwerpen.
In 2015 debuteerde ze met de dichtbundel ‘Kameleon’, bekroond met de Herman De Coninck Debuutprijs. In 2017 verscheen ‘Nachtroer’, waarvoor ze de driejaarlijkse Paul Snoekprijs voor de beste Nederlandstalige bundel kreeg. In 2025 schreef ze het poëzieweekgeschenk ‘Plakboel.’
Op het podium zoekt ze naar een performatieve benadering van poëzie, waarin de ‘zegbaarheid’ en lichamelijkheid centraal staat. Als jongste gastlandspreker mocht ze, samen met Arnon Grunberg, in 2016 de openingsrede van de Frankfurter Buchmesse houden. Ze gaf optredens op verschillende podia en festivals o.m. Saint Amour, Poesiefestival Berlin, Woordfees Stellenbosch en Ledbury Poetry Festival.
In oktober 2019 verscheen haar prozadebuut ‘Waagstukken’, een essayistisch onderzoek naar dertien tragische architecten die uit het leven stapten na een fatale fout in een van hun ontwerpen.
In 2025 kreeg ze de Boekenbon Literatuurprijs voor ‘Een vlam Tasmaanse tijgers’, een reisessay in het spoor van het uitgestorven dier waarin ze nadenkt over ecologische rouw, hoop, dekolonisering in natuurhistorische collecties en het spanningsveld tussen wetenschap, waarheid en verhaal.
Haar werk werd vertaald naar het Duits, Frans, Engels, Spaans, Afrikaans, Italiaans en Servisch.
Charlotte Van den Broeck schrijft op freelance basis voor De Standaard der Letteren en doceert Essayistiek aan het Koninklijk Conservatorium, Antwerpen.
Foto door Stefaan Temmerman © 2020